Home Geschichte Bücher Weblog Extras über kleio.org

Frauenschicksale

Frauenschicksale

Katharina von Aragón (deutsch)

Als Buch erhältlich:

Frauen in der Renaissance – 30 Einzelschicksale
428 Seiten, mit 289 Bildern, ISBN-13 978-3-8334-6567-3. Jetzt überall erhältlich im guten Buchhandel! € 27,50

Catharina van Aragon (1485-1536): Ik heb een ijzeren wil!

(translated by Deborah Wolffers)

Catharina van Aragon

Catharina van Aragon werd op 15 december 1485 in Alcala de Henarés in Castilië geboren. Ze was het jongste kind van Isabella van Castilië in León en Ferdinand II van Aragon en Napels-Sicilië. Catharina werd naar haar overgrootmoeder van moederskant genoemd, Catharina van Lancaster (gest. 1418), een kleindochter van de Engelse koning Edward III (gest. 1377). Net zoals haar oudere broer en zussen Isabella (geb. in 1470), Juan (geb. in 1478), Johanna (geb. in 1479) en Maria (geb. in 1482) werd ze streng religieus en ascetisch opgevoed. Zo was Catherina er al als kind aan gewend om het boetekleed van de trinitariërs (aanhangers van bedelorden) onder haar koninklijke gewaden te dragen en vele uren van de dag en de nacht in gebed door te brengen. Hiervoor stond ze ook om middernacht en in het vierde morgenuur op, zoals het eigenlijk alleen bij monniken en nonnen de gewoonte was.

Voor Catharina en haar broer en zussen – met uitzondering van Johanna – was hun moeder een voorbeeld en leidster. Isabella zorgde ook voor een grondige intellectuele opvoeding van haar kinderen. Voor het onderwijs van Catherina stelde ze bijvoorbeeld twee van de meest eminente humanisten uit haar tijd aan: Antonio en Alessandro Geraldini. En Catharina bleek een uitstekende leerlinge te zijn. Erasmus van Rotterdam (gest. 1536) en Sir Thomas More (gest. 1535) die ze later aan het Engelse hof zou leren kennen, waardeerden haar als „een wonder van vrouwelijke geleerdheid“, omdat ze op de toespraken van de ambassadeurs zonder voorbereiding in het Latijn kon antwoorden.

Catharina, de lievelingsdochter van Isabella, was klein en stevig van gestalte en geen grote schoonheid. Ze had een hoog voorhoofd, licht uitpuilende ogen die grijs van kleur waren, een uitspringende kin, roodblond haar, sierlijke handen en voeten en leek qua karakter van al de kinderen het meest op haar moeder. Haar zelfvertrouwen was, net als dat van haar moeder, goed ontwikkeld en ze had ook een heerszuchtig temperament en veel doorzettingsvermogen. Soms neigde ze zowel tot onstuimige, passionele uitbarstingen als hevige tot woedeaanvallen.

Al in 1488 onderhandelden Catharina’s ouders en de Engelse koning Hendrik VII over haar toekomst. In de adellijke huispolitiek speelde de keuze van de „geschikte bruid“ een grote rol. Daardoor moesten er familiebanden met andere vooraanstaande adelsgeslachten aangeknoopt worden, die de eigen heerschappij eventueel beschermden of uitbreidden. Door die keuze moesten ook politieke verbonden verstevigd, vijandige houdingen uit de wereld geholpen of de positie van het eigen geslacht veilig gesteld worden. Hendrik VII, die pas sinds 1485 koning van Engeland was, wilde zich via dit gearrangeerde huwelijk tussen zijn oudste zoon Arthur (geb. in september 1486) en de kleine infante zijn nieuwe macht in Engeland verzekeren. Er bestonden immers heel wat twijfels over zijn aanspraak op de troon.

Ferdinand II van Aragon wilde natuurlijk ook voordeel slaan uit dit huwelijkscontract en verlangde van de Engelsen als tegenprestatie de belofte om Spanje bij een oorlog tegen Frankrijk actief te ondersteunen. Ferdinand zou de infante immers in een dynastie terecht laten komen, die nog altijd door andere pretendenten bedreigd werd en hij had zijn oog op twee Franse provincies in de Pyreneeën laten vallen. In maart 1489 ondertekende Hendrik het verdrag van Medina del Campo waarin stond dat hij hiertoe bereid was. Hoewel de Engelse koning zijn huwelijksvoorwaarden van 1489 tot 1492 vervuld had en zelfs persoonlijk het kanaal overgestoken was om met zijn leger Boulogne te belegeren, was het huwelijkscontract hiermee nog niet bezegeld. Zowel Ferdinand als Hendrik VII stonden bekend als meesters in het afdingen en het sjacheren, met als gevolg dat onderhandelingen over de uitzet en bruidschat van de infante en de door Engeland te verlenen handelsvergunning nog jaren duurden.

In oktober 1496 werden Catharina’s vader en Hendrik VII het tenslotte eens. Catharina zou zich in 1500 naar haar Engelse bruidegom begeven en ondanks het huwelijk haar recht op de troon van Castilië niet verliezen. Doordat Ferdinand erop stond dat Catharina’s bruidsschat van 200 000 kronen in twee termijnen afbetaald zou worden, werd de financiële kant van de transactie ingewikkeld. Catharina’s tweede echtgenoot, Hendrik VIII, zou er inderdaad 18 jaar later nog mee bezig zijn het bedrag te innen dat Engeland altijd nog toestond.

In september 1501 vertrok Catharina tenslotte naar Engeland. Op 2 oktober legde haar schip in Plymouth aan. Het huwelijk met Arthur vond een maand later plaats, op 14 november in de kathedraal van St. Paul. Haar 10-jarige zwager, Hendrik VIII, leidde haar naar het altaar. Haar schoonvader, die om zijn gierigheid bekend stond, tastte deze keer diep in zijn portemonnee. Zijn zoon had tenslotte een dochter uit een van de inmiddels machtigste koninkrijken van Europa gehuwd. De festiviteiten in Londen waren voor iedereen toegankelijk en duurden 10 dagen. Steekspelen en kostuumfeesten vonden plaats en er werd gedanst en gezongen. Boogschieten, volksvermaak en ander amusement vulden de dagen en nachten.

Catharina’s eerste huwelijk met de onopvallende Arthur duurde nog geen 5 maanden. Op 2 april 1502 stierf haar echtgenoot aan tuberculose (volgens andere bronnen stierf hij aan de Engelse zweetziekte). Al meteen na zijn dood verklaarde Catharina dat hun huwelijk nooit was voltrokken. Een uitspraak die later in haar scheidingsproces een belangrijke rol zou spelen. Dat Catharina de waarheid sprak, bleek al uit het gedrag van de Spaanse gezant De Puebla, die in Londen het tegendeel beweerde, alleen om de wettelijke positie van Arthurs weduwe door haar bekendmaking niet in gevaar te brengen. Ondanks Catharina’s protesten bleven De Puebla en de Engelsen er de nadruk op leggen, dat er geslachtsgemeenschap tussen Arthur en haar had plaatsgevonden. Haar schoonvader, die een hekel aan verspilling had, stelde bijna onmiddellijk een nieuw huwelijk tussen Catharina en zijn tweede zoon, Hendrik VIII, voor. Catharina’s vader probeerde zoals gewoonlijk een tijd lang af te pingelen, maar Hendrik VII zette zijn wil uiteindelijk toch door. Hij was namelijk niet van plan het al ontvangen deel van de bruidsschat terug te betalen, noch wilde hij Catharina toestaan om Engeland te verlaten. Aangezien het omstreeks 1503 helemaal niet goed met Spanje ging, verkoos Ferdinand deze keer toe te geven. Op 23 juni 1503 werd er dus een nieuw contract tussen Ferdinand en Hendrik VII opgesteld waarin stond dat Hendrik VIII met zijn schoonzus zou trouwen zodra hij 15 jaar werd. Op 25 juni 1503 werd de 17-jarige Catharina uiteindelijk met de bijna 12-jarige Hendrik VIII, die voortaan de titel Prince of Wales droeg, verloofd. Het enige wat nog aan het toekomstige geluk ontbrak, was de dispensatie (de kerkelijke vrijstelling van huwelijksbeletsels) die ze wegens de nauwe verwantschap (zwager/schoonzus) nodig hadden.

De Kerk probeerde namelijk al vanaf het begin van de middeleeuwen huwelijken tussen verwanten te verhinderen. In de 6de eeuw waren huwelijken tussen verwanten tot de 3de graad verboden. In de 8ste en 9de eeuw gold het verbot tot de zesde graad. Rond 8oo liet paus Leo III († 816) huwelijken tussen verwanten tot de 7de graad verbieden, omdat de Heer op de zevende dag uitrustte. Uiteindelijk werd er in 1215 in het Lateraans concilie besloten dat er geen huwelijken gesloten mochten worden tussen verwanten tot de 4de graad. Wanneer twee mensen dus dezelfde overgrootmoeder hadden, was een huwelijk verboden tenzij de paus de dispensatie hiertoe verleende. En die werd snel gegeven wanneer iemand van adel was. De Habsburgers uit de 16de eeuw trouwden bijvoorbeeld bijna uitsluitend binnen de familiekring. Ofwel werden neef en nicht ofwel oom en nicht aan elkaar uitgehuwelijkt.

Ook wanneer sprake was van verwantschap door ongeloofde gemeenschap, d.w.z wanneer een man bijvoorbeeld met de zus van een vrouw wou trouwen met wie hij gemeenschap gehad had, werd een huwelijk door de kerk verboden. Het huwelijk tussen zwager en schoonzus werd dus al helemaal niet goedgekeurd. Sinds 867 mochten volgens Paus Nicolaas I († 867) bovendien geen huwelijken tussen dopelingen, hun peetvaders en die hun kinderen plaatsvinden omdat er tussen hen een geestelijke verwantschap bestond. Ter informatie, dit huwelijksbeletsel werd pas in 1983 door de katholieke kerk afgeschaft!

In het geval van Catharina en Hendrik VIII werd om die dispensatie in 1503 verzocht. Omdat paus Alexander VI al dood was en zijn opvolger Pius II nog geen twee maanden op de pauselijke troon zat, kwam het verzoek bij Julius II terecht, die zich sinds oktober 1503 het hoofd van de katholieke Kerk mocht noemen. Julius II was geen man die snel beslissingen nam, met als gevolg dat Hendrik VII pas in juli 1504 de mededeling kreeg dat de dispensatie verleend zou worden. Alleen op aandringen van Catharina’s moeder werd de kerkelijke vrijstelling van het huwelijksobstakel, gepostdateerd op 26 december 1503, ook werkelijk op 22.11.1504 schriftelijk in een oorkonde vastgelegd.

Ondertussen was er veel gebeurd aan het Engelse hof. Elisabeth, Catharina’s mooie en vriendelijke schoonmoeder, stierf op 11 februari 1503 aan kraamvrouwenkoorts. Dit gebeurde 9 dagen na de geboorte van haar laatste kind, dat ze naar Catharina vernoemd had. Haar kleine Catharina stierf niet veel later. Margarete, de dertienjarige schoonzus van Catharina, werd in datzelfde jaar aan Jakob IV van Schotland uitgehuwelijkt. Al in juni 1499 was een vredes- en verbondsverdrag tussen Engeland en Schotland gesloten en in september 1499 waren serieuze onderhandelingen over het huwelijk begonnen, die nu inderdaad waar gemaakt werden. Dit huwelijk zou zowel Hendrik VII als Hendrik VIII niets opleveren, want Schotlands houding tegenover Engeland bleef vijandig.

Op 26 november 1504 verloor Catharina haar grote voorbeeld en toeverlaat, haar moeder, die aan baarmoederkanker stierf. De komende jaren aan het Engelse hof waren bovendien erg vernederend voor haar. In juni 1505 was de tweede helft van haar bruidsschat – 100 000 kronen – altijd nog niet uitbetaald. Hendrik VIII tekende toen één dag voor zijn 14de verjaardag protest tegen het huwelijkscontract aan. Hij verklaarde dat het contract gesloten was toen hij minderjarig was. Die verklaring legde hij waarschijnlijk op initiatief van zijn vader af. Hij weigerde met Catharina te trouwen en noemde zijn in het verleden gedane belofte ongeldig. De financiële kant was voor Hendrik VII niet de enige reden om het huwelijkscontract tussen zoon en schoondochter nietig te maken. Politieke redenen speelden hier ook een belangrijke rol. Sinds 1505 vormden zich in Europa nieuwe bondgenootschappen. Wegens de Spaanse onenigheden over de troon, die tussen Catharina’s vader en zijn schoonzoon Filips uitgebroken waren, wendde Filips zich naar Engeland en Ferdinand II naar Frankrijk. De twee groepen stonden inmiddels vijandig tegenover elkaar. In oktober 1505 dacht Hendrik VII er ernstig over om zijn zoon Hendrik aan Eleonore, de oudste dochter van Filips en Johanna de Waanzinnige, uit te huwelijken.

Aan het Engelse hof werd Catharina sinds die tijd meer als een gevangene dan als een schoondochter behandeld. Haar huishoudelijk personeel in Durham House dat oorspronkelijk uit 50 personen bestond, werd onder de druk van voortdurend geldgebrek en als gevolg van de slecht weggestopte jaloezie van de Engelse hovelingen steeds onrustiger en twistzieker. Want als Arthurs weduwe had Catharina eigenlijk recht op een levensonderhoud, maar Hendrik VII had steeds op haar geld bezuinigd en het haar uiteindelijk zelfs onthouden. Wegens de slechte betaling vluchtten veel van haar hovelingen terug naar Spanje. In deze zware tijden zocht Catharina toevlucht in de religie, want terug naar Spanje keren was haar verboden en door haar schoonvader werd ze als een waardvolle gijzelaarster behandeld. Al als erg jong meisje had Catharina haar gezondheid eens schade berokkend door een al te ascetisch leven te leiden. Misschien kreeg ze door haar levensstijl later zoveel miskramen en doodgeboren kinderen. In een brief van 20 oktober 1505, waarschuwde Paus Julius II haar alvast, dat een streng en alleen het gebed en vasten toegewijd leven haar gezondheid en vooral de mogelijkheid om minder kinderen te baren in gevaar bracht.

Hendrik VII scheen sinds 1505 inderdaad steeds minder interesse in zijn schoondochter te hebben. Want hij begon Catharina’s vader, die hij steeds meer wantrouwde, intens te haten. Naast Eleonore werd er ondertussen ook openlijk over een huwelijk gesproken tussen Hendrik VIII en Marguerite d’Angoulême, de zus van de toekomstige Franse koning Frans I, gesproken. Er was ook sprake van een huwelijk met een dochter van de Hertog van Beieren.

Toen Hendrik VII in 1507 zelf op zoek ging naar een bruid, kwam er tijdelijk een einde aan Catharina’s kommervolle jaren. Hij had zijn oog op Johanna de Waanzinnige, Catharina’s zus wier man gestorven was, laten vallen – alleen al wegens de te verwachten rijkdommen in Castilië en de goudaders in West-Indië – en Catharina’s hulp als tussenpersoon was nu dringend gewenst. Maar ondanks haar inzet wees Johanna Hendriks aanzoek bot af.

Hendrik VII vatte vervolgens het plan op om de koningin Johanna van Napels, Margarete van Oostenrijk of Catharina zelf te huwen. Maar omdat hij sinds 1507 steeds vaker ziek was en aan het einde van 1508 bedlegerig werd – hij leed aan tuberculose – en te allen tijde met zijn dood moest rekenen, besteedde hij zijn tijd uiteindelijk liever aan vrome werken en gebeden in plaats van aan jonge vrouwen. Toen hij op 21 april 1509 stierf, liet hij zijn zoon en troonopvolger Hendrik VIII een verzekerde troon, een volle schatkist, een functionerend overheidsapparaat en een vrij geordend land na. Op zijn sterfbed wenste hij als tegenprestatie alleen maar dat er snel een huwelijk tussen Hendrik VIII en Catharina zou plaatsvinden.

Hendrik VII’s laatste wens werd zes weken later vervuld. Op 11 juni 1509 trouwden de 17-jarige Hendrik VIII en 23-jarige Catharina met elkaar in de franciscanenkerk te Greenwich. Op 24 juni 1509 liet het paar zich tot koning en koningin van Engeland en Frankrijk en tot Lord en Lady van Ierland kronen.

De eerste huwelijksjaren van Catharina en Hendrik VIII waren vol vreugde en festiviteiten. De jonge koning scheen stapelverliefd op zijn vrouw te zijn geweest en zij begeleidde hem naar elke societygebeurtenis. De reeks van festiviteiten, banketten, hoofs geflirt, jachtpartijen, sportieve wedstrijden – bijvoorbeeld boogschieten en tennis – en ridderspelen – nam maar geen einde. Bij de ridderspelen droeg Hendrik VIII Catharina’s initialen op zijn mouw en noemde zich Sir Loyal Heart.

En Catharina was trots, de vrouw van deze mooie, atletisch-sportieve man te zijn. Want Hendrik VIII was 1,90-1,93 m groot, had brede schouders, krachtige ledematen, een lichte huid, lang roodblond haar, een dunne, hoge stem en was gladgeschoren. Het enige wat aan zijn gezicht als onaantrekkelijk gezien kon worden, waren de kleine, berekende, wrede varkensoogjes (Ridley). Van zijn vader had hij een uitstekende opvoeding gekregen. Hij gold als buitengewoon welbespraakt en kon vloeiend in het Frans, Latijn, Spaans en een beetje in het Italiaans converseren. Bovendien kreeg hij nog les in retorica, astronomie, geometrie, muziek en theologie. Hij was vooral in de laatste vakken, theologie en muziek, geïnteresseerd. Hij speelde fluit, luit en virginaal (een klein Engels spinet), gold als goede zanger en componeerde zelf missen en liederen. Van zijn composities zijn 35 liederen en instrumentale stukken bewaard gebleven. Volgens Elton zouden zijn composities echter in de ogen of meer bepaald de oren van deskundigen weinig genade gevonden hebben. De muziek werd tijdens zijn regering natuurlijk erg gesteund. Goede muzikanten uit heel Europa werden aan zijn hof in dienst genomen.

Op sportief vlak kon hij het tegen iedereen in zijn koninkrijk opnemen. Hij gold als meester in boogschieten, worstelen, paardrijden, speerwerpen, in het steekspel, tennis, dansen en als een gepassioneerde jager. Hij moest en zou in al deze disciplines de beste te zijn. Bij een rit te paard was hij pas tevreden wanneer hij acht of tien paarden afgereden had. Bij steekspelen, waar hij het er altijd goed afbracht, nam hij soms aan meer dan 30 wedstrijden deel.

Hij was een buitengewoon trefzekere schutter en kon het tegen de beste boogschutters van de lijfwachten van zijn vader opnemen. In een duel met tweehandige zwaarden, dus met zware zwaarden die alleen met twee handen gebruikt kunnen worden, stond hij als vrijwel onoverwinnelijk bekend. Ook op de dansvloer schitterde hij, omdat hij zelfs de nieuwste dansen helemaal beheerste.

Wat zijn karakter betreft, hadden zijn tijdgenoten niet zoveel positiefs te melden. Frans I († 1547), koning van Frankrijk, vond hem halsstarrig en arrogant dat het bijna niet uit te houden was. De volgende opsomming van zijn karaktertrekken is nog minder vleiend om te lezen: Hendrik stond bekend als consequent egoïstisch, ijdel (hij vond zijn kuiten bijvoorbeeld onovertrefbaar), opvliegend, rusteloos, wraakzuchtig, spilziek, hebzuchtig, onverschrokken, mateloos, leed aan zelfoverschatting en een overdreven drang naar representatie, was gewetenloos, helemaal van zichzelf overtuigd, zonder medelijden en wreed.

Op 31 januari 1510 werd Catharina’s en Hendriks geluk echter door een na zeven maanden zwangerschap dood geboren meisje overschaduwd. Catharina was erg ongelukkig, tot ze op 1 januari 1511 van een zoon beviel die naar zijn vader genoemd werd. Maar ook dit kind, dat op 5 januari gedoopt werd, bleek niet levensvatbaar te zijn. Al op 22 februari 1511 stierf de kleine Hendrik. Catharina was helemaal wanhopig en zocht vervolgens weer houvast in haar religie. Hendrik VIII scheen de dood van zijn zoon gemakkelijker overwonnen te hebben. Zijn verhouding met Catharina was nog altijd hartelijk en vriendelijk en ze bleef ook verder een grote invloed op haar man hebben. In 1511 trad Hendrik, onder invloed van zijn vrouw, toe tot de Heilige Liga, die tegen Frankrijk gericht was. De bondgenoten die tot dan toe tot de Heilige Liga hoorden, waren Paus Julius II, Spanje en Venetië. Het is een interessant feit dat Catharina verder loyaal aan haar vaders zijde bleef staan en hem zelfs steunde, terwijl hij tijdens haar zware periode als weduwe geen vinger uitgestoken had om haar lot draaglijker te maken.

In 1512 kon Catharina haar man zelfs tot een expeditie naar Zuid-Frankrijk overhalen, alleen om haar vader te steunen. Het Engelse leger onder leiding van de markies van Dorset landde in de buurt van Bayonne en trok de aandacht van de Fransen, zodat Ferdinand II van Aragon ondertussen op zijn gemak Navarra kon overvallen. De mannen van Dorset waren echter slecht verzorgd en de hele expeditie eindigde in een fiasco. Veel mannen stierven aan dysenterie en de rest van het leger weigerde uiteindelijk de zwakke bevelhebber te gehoorzamen en keerde terug naar huis.

Hendrik VIII en Catharina bleven ondertussen maar doorfeesten. Zo schreef Catharina in 1512 naar haar vader: „Het leven aan het koninklijke hof is een eeuwigdurend feest. Maskerades en komedies, steekspelen en toernooien, concerten dag en nacht...“ (in: Baumann, Uwe: Heinrich VIII., Reinbek bei Hamburg 1991, p. 25).

In 1513 ondersteunde Hendrik VIII de zaak van zijn schoonvader nog steeds. Sinds 5 april 1513 was ook keizer Maximiliaan I tot de Heilige Liga toegetreden. Deze alliantie werd steeds dreigender voor Frankrijk, want Hendrik VIII nam zelfs het besluit om zelf aan de oorlog deel te nemen. Met een groot leger van 30 000 tot 40 000 man stak hij naar Calais over en bracht daar de belegering van het stadje Thérouanne op gang dat eind augustus in Engelse handen viel. In september gaf ook Doornik zich over. Met achterlating van bezettingstroepen in deze twee steden keerde Hendrik triomferend naar Engeland terug. Tijdens zijn verblijf in Frankrijk bleef Catharina in Engeland en regeerde ze het rijk met de hulp van een raad. De koning van Schotland, Jakob IV, de man van haar schoonzus Margarete en bondgenoot van de Fransen, wou de situatie uitbuiten en liet zijn leger in Noord-Engeland binnenrukken. Maar hij had zich in Catharina vergist, die net zoals haar moeder streng, autoritair, onverschrokken en vastberaden kon zijn. In allerijl liet ze Engelse troepen rekruteren en beval de commanderende generaal van haar man, de tweede Hertog van Norfolk, onmiddellijk tegen de Schotten op te trekken. Op 9 september kwam het bij Flodden tot een beslissende veldslag, waarin haar onderdanen duidelijk de overwinnaars waren. Jakob IV. verloor in deze strijd zelfs zijn leven.

Pas in 1514 verschenen in Catharina’s huwelijk “de eerste grauwe wolken aan de horizon“. Haar vader had zowel in 1512 als in 1513 en 1514 met de hulp van zijn dochter Hendrik VIII kunnen overhalen om in zijn voordeel tegen Frankrijk ten strijde te trekken. Maar iedere keer verraadde Ferdinand van Aragon zijn schoonzoon doordat hij - wanneer hij bereikt had wat hij wilde - afzonderlijk vrede met heel gunstige concessies met de tegenpartij sloot. Natuurlijk haalde alleen Ferdinand voordeel uit deze afspraken en werd Hendrik VIII hierover niet geïnformeerd. Hij moest dan alleen een ongewilde oorlog uitvechten, die hij enkel om zijn schoonvader een plezier te doen, begonnen was.

Toen Hendrik in 1514 voor de derde keer door zijn schoonvader verraden werd, was hij zo kwaad dat hij niet alleen zijn ergernis en woede op Catharina koelde en er zelfs voor de eerste keer geruchten over een scheiding de ronde deden, maar dat hij in naam van Catharina zelfs aanspraak maakte op de troon van Castilië. Samen met zijn nieuwe zwager, Lodewijk XII, plande hij zelfs een oorlog tegen Ferdinand van Aragon om Navarra en Castilië te veroveren.

Navarra zou Frankrijk weer ten deel vallen en Hendrik VIII wou koning van Castilië en León worden. Hendriks rechtvaardiging voor deze oorlog was: Ferdinand zou slechts koning van Aragon zijn en na de dood van Isabella in 1504 zou de kroon van Castilië en León niet naar haar man, maar naar haar twee dochters Johanna en Catharina gegaan zijn. (De dochter Maria, die aan de Portugese koning Manuel uitgehuwelijkt was, had bij het huwelijk moeten afzien van de successie). Omdat Johanna waanzinnig was, zou Hendrik als de echtgenoot van Catharina het recht hebben, om Castilië en León voor zijn vrouw in bezit te nemen. Maar van dit plan kwam niets terecht; Lodewijk XII dacht er in de verste verte niet aan, om op zo’n zinloze onderneming in te gaan.

In december 1514 kreeg Catharina opnieuw een miskraam. Ze was al in 1513 van een zoon bevallen, die maar enkele dagen was blijven leven. Pas op 18 februari 1516 kon ze haar man om 4 uur ’s ochtends in Greenwich een gezond en sterk kind schenken. De bevalling duurde lang en verliep moeilijk. De ouders waren teleurgesteld dat het maar een dochter was, die naar Hendriks lievelingszus Maria genoemd werd. Hendrik VIII vond echter al snel zijn oude optimisme terug en liet het volgende verkondigen: „Wij zijn beiden nog jong; als het deze keer een meisje is, dan zullen door Gods genade nog jongens volgen." (in: Ridley, Jasper: Heinrich VIII., Zürich 1990, p. 97). Hijzelf behandelde zijn kleine dochter als een nieuw stuk speelgoed en liet ze vol trots aan zijn hovelingen en diplomaten zien. Tussen Catharina en haar dochter zou hun hele leven lang een diepe genegenheid heersen.

Catharina, die bleef hopen dat ze haar man een zoon zou kunnen geven, wijdde zich na de geboorte van haar dochter weer meer aan de religie. Bidden, bedevaarten ondernemen en aalmoezen uitdelen – zo zagen haar dagelijkse activiteiten eruit. Bij de armen was ze wegens haar liefdadigheid erg graag gezien. Nadat ze in de herfst van 1517 weer een miskraam gekregen had en op 18 november 1518 alleen van een dood kind, een jongen, kon bevallen, moest ze haar hoop om ooit een zoon te baren voor altijd opgeven.

De relatie tussen Catharina en Hendrik was rond 1519 erg verslechterd. Ze wist dat haar echtgenoot sinds 1514 een affaire begonnen wasmet een van haar hofdames, Elisabeth Blount. Elisabeth Blount was de dochter van Sir John Blount uit Shropshire en werd door Hendrik kort „Bessie“ genoemd. Haar vader had zijn promotie tot koninklijke opperstalmeester aan de relatie van zijn dochter met de Engelse koning te danken. In 1519 schonk "Bessie" haar geliefde een gezonde zoon, die Hendrik al door de naamgeving erkende: Henry Fitzroy, "zoon van de koning". Hoe diep moet het Catharina gekrenkt hebben dat zij deze zoon niet aan de koning had kunnen schenken. In 1520 werd een zekere Mary Boleyn, die met Sir William Carey getrouwd was, de nieuwe maîtresse van Hendrik. Catharina en Maria, zijn kleine dochter, speelden nog maar amper een rol in het leven van de Engelse koning.

In 1525 had de tot dan toe toch nog merkbare invloed van Catharina op Hendrik een dieptepunt bereikt. Het moet ook erg beledigend voor haar zijn geweest toen haar echtgenoot zijn buitenechtelijke zoon Henry Fitzroy aan het hof liet komen, hem tot ridder sloeg en hem met titels en functies overstelpte die alleen op papier iets betekenden, (Hertog van Richmond en Somerset, Graaf van Nottingham, admiraal, Lord Warden of the Marches, stadhouder van Ierland). Door zijn hoofdtitel, Hertog van Richmond en Somerset, was het duidelijk dat Hendrik er ernstig over nadacht om Henry tot zijn troonopvolger te benoemen. Catharina had weliswaar heftig tegen deze eerbetuigingen geprotesteerd, maar er niets mee kunnen bereiken. Haar dochter Maria ontving in deze periode als prinses van Wales een eigen huishouding en een eigen raad in Ludlow.

In 1526 was Hendriks liefde voor Mary Carey-Boleyn gedoofd. Nu had hij meer interesse voor de zus van zijn vroegere maîtresse, Anne Boleyn. Catharina was door haar talrijke zwangerschappen, teleurstellingen en extreme methodes om te vasten vroegtijdig oud en lelijk geworden. Ze neigde ondertussen steeds meer tot Spaanse bigotterie. Hendrik vermeed het steeds vaker om haar te ontmoeten. Zoals hij een van zijn gezanten, Simon Grynaeus, in 1531 openbaarde, had hij sinds 1524 toch geen geslachtsgemeenschap meer met Catharina.

Zijn zus Margareta was ook helemaal niet gelukkig getrouwd. In 1526 had ze bij het pauselijke gerechtshof in Rome een eis tot echtscheiding tegen haar tweede man, Archibald Douglas, ingediend. Ze voelde ondertussen een grote verachting voor deze man. Het was haar wens om na de scheiding met haar toenmalige geliefde Harry Stewart, een knappe jonge hoveling, te trouwen. Misschien gaf ze haar broer de impuls om hetzelfde met zijn huwelijk te proberen. In mei 1527 begon Hendrik VIII in ieder geval stappen te ondernemen om van Catharina te scheiden. De scheidingsprocedure zou echter zeven jaar duren !

Maar het was niet zo eenvoudig om toestemming te krijgen om te scheiden. Bovendien is het eigenlijk verkeerd om van een scheiding te spreken. Wanneer een huwelijk eenmaal voltrokken was, kon het volgens de Kerk niet meer ontbonden worden. Een huwelijk kon enkel geannuleerd, dus nietig verklaard worden, en ook dat alleen maar wanneer er een goede reden was zoals een te nauwe verwantschap tussen de echtgenoten. De onvruchtbaarheid van een echtgenote bijvoorbeeld werd door de Kerk niet als reden tot annulering erkend. Bovendien was nog een pauselijke dispensatie noodzakelijk wanneer iemand een tweede huwelijk wou aangaan, terwijl de echtgenoot in het eerste huwelijk nog leefde. Koningen en hoge edellieden hoefden tot dan toe bijna geen moeilijkheden verwachten. Hen werden – in tegenstelling tot de normale stervelingen – annulering en een tweede huwelijk vrij snel en zonder problemen toegekend. Toch moesten ook de hoge heren en dames een plausibele reden voor een annulering kunnen voorleggen.

Hendrik verklaarde daarom openlijk dat zijn huwelijk in tegenspraak was met het goddelijk recht omdat zijn vrouw voor hem met zijn broer getrouwd was geweest. Hij beweerde wegens de illegaliteit van zijn huwelijk door hevige gewetenswroegingen gekweld te worden. Toonde God zijn gramschap niet over dit huwelijk doordat hij de koning geen zoon gaf? Waren de vele miskramen en doodgeboren kinderen van Catharina niet ook als een straf van God op te vatten?

Als bewijs voor zijn bewering citeerde hij uit het derde boek van Moses (Leviticus XVIII, 16 und Leviticus XX, 21): „De schaamte van de vrouw van uw broer moogt gij niet ontbloten; het is de schaamte van uw broer.“ „Als een man met de vrouw van zijn broer trouwt, is dat een schande. Hij heeft de naaktheid van zijn broer ontbloot; zij zullen kinderloos blijven.“ Maar wie de bijbel goed kent, weet dat er bijna voor elke bijbelspreuk een spreuk bestaat die het precieze tegendeel beweert. Zo spreekt het vijfde boek van Moses (Deuteronomium, XXV, 5) zelfs over de plicht om met de kinderloze weduwe van de broer te trouwen. Aan de andere kant werd al sinds de 7de eeuw „het huwelijk met de weduwe van de broer“ door Kilian, de „apostel van Mainlande“, als canoniek verboden huwelijk tussen verwanten bekritiseerd.

Catharina kreeg in ieder geval op 22 juni 1527 van haar man te horen dat ze „niet man en vrouw waren en het ook nooit geweest waren“. Kardinaal Thomas Wolsey, tegelijkertijd aartsbisschop van York en raadsheer van de koning, deed er intussen alles aan om de koning te helpen. Hij zocht al sinds de lente van 1527 ijverig naar bewijzen dat het huwelijk tussen Arthur en Catharina voltrokken was. Alles hing nu daarvan af. Alleen wanneer Arthur en Catharina geslachtsgemeenschap gehad hadden, kon Hendrik op basis van de bijbelspreuken uit het derde boek van Moses van Catharina „gescheiden“ worden.

In mei 1527 hadden Hendrik VIII en Wolsey bovendien het volgende plan uitgebroed: de koning moest het huwelijk met Catharina laten annuleren zonder haar de mogelijkheid tot verdediging te geven. Op grond van zijn autoriteit als pauselijk legaat kon Wolsey Hendrik voor zijn gerechtshof dagvaarden, dat enkel uit hem en de aartsbisschop van Canterbury, William Warham († 1532), bestond. Zij moesten de koning ervan beschuldigen, wederrechtelijk met de weduwe van zijn broer verkeerd te hebben omdat hij niet rechtmatig met haar getrouwd was. Na een bekentenis van de koning moest het gerechtshof de scheiding van Catharina uitspreken en het huwelijk ongeldig verklaren.

Maar het plan mislukte om twee redenen: ten eerste omdat Catharina erachter kwam en zich ertegen verzette en ten tweede omdat eind mei 1527 de keizerlijke troepen Rome plunderden en de paus gevangen namen en onder druk konden zetten. Nu werden de bisschoppen in Hendriks koninkrijk in het geheim om hun standpunt gevraagd. De meeste gaven het door Hendrik VIII en Wolsey gewenste antwoord. Alleen John Fisher, de bisschop van Rochester, was tegen een annulering. In juli gaf de paus zijn legaat Thomas Wolsey de decretale volmacht die hem toeliet om samen met kardinaal Campeggio, de bisschop van Salisbury en protector van Engeland aan de pauselijke curie, als rechter op te treden in Hendriks annuleringsproces. Deze kardinaal Campeggio woonde normaal gezien in Rome. Toen hij in september 1528 op weg was naar Hendrik, ontving hij in Parijs echter al een nieuwe brief van de paus, waarin stond dat hij alles moest proberen te doen om Hendrik en Catharina weer te verzoenen. Zonder nieuwe en uitdrukkelijke instructie uit Rome mocht hij in geen geval een vonnis vellen in het annuleringsproces. De tussentijds gunstige situatie voor de Fransen in Italië was ondertussen namelijk weer ten voordele van de Spanjaarden veranderd.

Toen Campeggio in oktober 1528 in Engeland aankwam, probeerde hij samen met Wolsey en Hendrik VIII Catharina over te halen om in een klooster te gaan. Al in de eerste audiëntie had Campeggio, de pauselijke legaat, haar meegedeeld dat de paus, voor alle onbeantwoorde vragen, haar intrede in het klooster de beste oplossing vond. Twee dagen later deed hij haar hetzelfde voorstel tijdens de biecht. Hoewel Catharina zich vastberaden tegen dit plan bleef verzetten, verzochten Campeggio en Wolsey haar de volgende dag nog eens, zonder een canoniek proces aan te spannen, toch de geloften op zich te nemen. Catharina bleef weigeren. In januari 1529 deed Campeggio een nieuwe poging, waarbij hij verklaarde dat de intrede van de koningin in een klooster de paus erg zou plezieren. Op 16 januari 1529 klaagde de keizerlijke gezant aan het Engelse hof, Don Iñigo de Mendoza, over de pogingen van de paus en de koning om de koningin tot een vrijwillige intrede over te halen. Maar zoals later nog zou blijken, bleven hun talrijke pogingen om Catharina tot een gelofte te bewegen vruchteloos.

Op 31 mei 1529 werd er in Blackfriars uiteindelijk een zitting gehouden, die tot 23 juli 1529 zou duren. Catharina had door haar passionele verdediging van haar persoon en haar moedige houding een diepe indruk gemaakt. Ze wees de rechters al tijdens de eerste zittingsdag af en eiste dat er in Rome over haar zaak geoordeeld zou worden. Bijgevolg ging het proces zonder haar verder. Tientallen getuigen werden ondervraagd. Zij moesten getuigen of Catharina 28 jaar eerder al dan niet geslachtsgemeenschap met Arthur had gehad. Volgens Baumann berichtten oude Lords, voormalige hofdames, edellieden en dienaars wat ze bijvoorbeeld tijdens de huwelijksnacht gezien of gehoord hadden, hoe bleek en uitgeput de prins van Wales de volgende ochtend was en dat hij tegen zijn koninklijke kamerheren had verklaard dat hij die nacht “in Spanje“ was geweest.

Ondanks haar grote populariteit bij het volk had Catharina maar weinig betrouwbare vrienden die het openlijk voor haar opnamen en een goed woord voor haar deden of haar zelfs verdedigden. Maar in het begin van het jaar 1527, toen ze begon te beseffen wat haar man van plan was, had ze Francisco Felípez naar Valladolid gestuurd om haar neef Karel V om hulp te vragen. Felípez was een van de weinige Spaanse dienaren die haar aan het Engelse hof nog resteerden.

Op 22 juli 1529 kwam er bij Hendrik tegen 20 uur een schrijven van Paus Clemens VII aan. Het was op 6 juli opgesteld en verklaarde dat zijn annuleringsproces naar Rome was doorverwezen. Clemens VII was in 1527 verscheidene maanden door Keizer Karel in de Engelenburcht gevangengezet, maar had zich ondertussen in de Vrede van Barcelona op 29 juni 1529 met hem verzoend. Met de verwijzing van het annuleringsproces naar Rome wou hij „zijn nieuwe vriend“ waarschijnlijk vleien. Hendrik VIII had de hoop om het huwelijk met Catharina door een pauselijk vonnis te laten annuleren, nu definitief verloren. Op het voorstel van Thomas Cranmer, op een theologieprofessor in Cambridge ingaande, concentreerden de Engelsen zich nu op de breve van Julius II uit 1504. Daarin had de toenmalige paus de dispensatie voor het huwelijk tussen Hendrik en Catharina gegeven. Want op basis van wat er in de bijbel over het huwelijk tussen verwanten staat, aldus argumenteerde de Engelsen, had die paus de dispensatie nooit mogen geven. Wie dus te gehoorzamen? De woorden uit de bijbel, die de woorden van God zijn, of die van de paus? Engeland was door dit scheidingsproces bij dezelfde belangrijke vraag terechtgekomen als die, die Martin Luther en zijn volgelingen zich al 12 jaar eerder hadden gesteld!

Om nu zelf de curie ervan te overtuigen dat een dispensatievergunning onmogelijk was bij huwelijken tussen verwanten, probeerde Hendrik VIII de volgende maanden met veel vlijt en grote financiële uitgaven talrijke rapporten van universiteiten en afzonderlijke geleerden te verzamelen. Zo werden de universiteiten van Cambridge en Oxford om hulp gevraagd. De geleerden en ondergeschikten van Hendrik schreven in zijn zin talloze verhandelingen over de kwestie. Ook doorzochten ze als afgevaardigden de Europese bibliotheken en boekhandels en bestelden als agenten overal in Europa rapporten bij geachte juristen en beroemde universiteiten zoals Padua, Ferrara, Pavia en Bologna – vaak natuurlijk tegen hoge betaling. Deze rapporten moesten in Rome als pressiemiddel gebruikt worden samen met de dreiging een algemeen concilie van de Kerk bijeen te roepen, dat zou handelen als de paus verder passief bleef.

Het naar Rome doorverwezen annuleringsproces liep vertraging op. De reden hiervoor waren de procedurekwesties en tactische finesses die de gezanten van Hendrik steeds maar bleven gebruiken. Hendrik wou dat zijn huwelijk geannuleerd werd en was niet bereid om op dit punt een nederlaag te lijden. Maar ook Catharina was niet van plan toe te geven. Het voorstel van de paus, dat ze in een klooster moest gaan – wat toch al vele koninginnen voor haar in een gelijksoortige situatie hadden gedaan – verwierp ze nadrukkelijk. Nee, ze liet zich niet zomaar in een klooster stoppen! Zij niet! Ze was niet voor niets de dochter van Isabella van Castilië en León. Ze kon net zo vechten als haar moeder! Zo gemakkelijk kwam haar echtgenoot niet van haar af.

In december 1527 had de zus van Hendrik, Margarete, toestemming van de paus gekregen om haar huwelijk te laten annuleren, omdat haar tweede echtgenoot zogenaamd door een vroegere verloving al gebonden was. Bij Hendrik zag het er daarentegen niet bepaald rooskleurig uit, terwijl hij toch steekhoudender redenen kon aantonen dan zijn zus. Want Clemens VII kon en wou het in geen geval weer met Keizer Karel V aanleggen.

Tot 1531 vervulde Catharina ondanks haar meningsverschillen met Hendrik haar normale plichten aan het hof. Maar in de zomer van dat jaar beval Hendrik haar Windsor te verlaten en zich terug te trekken op het landgoed „The More“, een vroegere residentie van Kardinaal Wolsey. Dat was de laatste keer dat Hendrik VIII haar zag. Bovendien verbood hij Catharina en Maria elkaar af en toe te bezoeken. Alleen brieven en boden mochten nog tussen moeder en dochter uitgewisseld worden.

De crisis spitste zich verder toe en bereikte in 1533 haar hoogtepunt toen Anne Boleyn, Hendriks toekomstige tweede vrouw, er in januari achter kwam dat ze zwanger was. Hendrik wou dat dit kind binnen het huwelijk geboren zou worden zodat het recht op de troon zou hebben. Daarom verklaarde Thomas Cranmer, sinds 1533 aartsbisschop van Canterbury en hoofd van het hoogste kerkelijke gerechtshof in Engeland, op 23 mei 1533 in naam van het gerechtshof dat het huwelijk van Hendrik VIII met Catharina van Aragon van begin af aan ongeldig was omdat deze relatie bloedschennig was door Catharina’s eerste huwelijk met Hendriks oudste broer Arthur. Catharina werd nu tot „prinses-weduwe van Wales“ gedegradeerd en moest nu overeenkomstig haar rang met een aanzienlijk kleiner gevolg op een afgelegen landgoed gaan wonen. Zo woonde ze tijdens de laatste bijna tweeënhalf jaar van haar leven eerst in het kasteel Ampthill, in kasteel Buckden en uiteindelijk in het kasteel Kimbolton in Northamptonshire. Maria, hun gemeenschappelijk kind, werd tot „Lady Mary, dochter van de koning“ teruggezet, buitenechtelijk verklaard en uitgesloten van de successie.

Op 23 maart 1534 velde ook het pauselijk consistorie in Rome zijn vonnis. Het luidde: het huwelijk tussen Hendrik VIII en Catharina was en is geldig.

Maar wat kon dit vonnis nog aan Catharina’s en Maria’s situatie veranderen? Vonnis stond tegen vonnis. Woorden – ook van de paus – haalden in Engeland ondertussen niets meer uit en verschaften Catharina maar een geringe voldoening. Karel V, haar neef, de enige die haar echt kon helpen, was niet bereid om voor zijn tante en zijn nicht een oorlog uit te lokken. Hij plande liever een veldtocht in Noord-Afrika om Tunis van de Turken te bevrijden.

Zelfs nu was Catharina niet bereid om op of toe te geven. Ze zag zich nog steeds als de enige ware echtgenote van Hendrik VIII en de enige ware koningin van Engeland. Ze weigerde Hendriks bevelen op te volgen wanneer ze niet met haar overtuiging overeenkwamen. Ze liet hem haar tanden zien en verzette zich tegen hem. Geen van Hendriks vrouwen was qua karakter zo tegen hem opgewassen. Misschien verhinderde alleen de macht van Karel V dat Hendrik haar niet zoals bijvoorbeeld later Anne Boleyn wegens hoogverraad liet aanklagen.

De vernederingen van Hendrik tegenover Catharina gingen echter verder. Zo liet hij haar uiteindelijk alleen nog maar door hofdames, edellieden en dienaren omringen die zich er onder ede toe verplicht hadden Catharina met „prinses-weduwe“ aan te spreken. Omdat Catharina weigerde met iemand te spreken die haar niet als een koningin behandelde, trok ze zich in haar kamer terug en vermeed elk contact.

Catharina deed zowel aan koppigheid, trots en eergevoel niet onder voor Hendrik. Om haar nog meer te kwetsen mochten vanaf 1534 ook geen boden en brieven meer uitgewisseld worden tussen Catharina en Maria, die elkaar al drie jaar niet meer gezien hadden.

Maria, die van haar vader en haar moeder hield, leed erg onder de veronachtzaming door haar vader. In de lente van 1535 dacht ze zelfs aan een vlucht uit Engeland naar Nederland, maar haar neef Karel V, die haar als enige hierbij kon helpen, was ertegen. Uiteindelijk werd ze zwaar ziek. Catharina verzocht haar echtgenoot vergeefs om haar dochter te mogen verplegen.

In november 1535 dreigde Hendrik er zelfs mee om met Maria een afschrikwekkend voorbeeld te stellen. Hij wou haar wegens hoogverraad aanklagen en laten executeren omdat ze net zoals haar moeder de successieakte weigerde te ondertekenen. Door deze akte te ondertekenen had ze het huwelijk van haar vader met Anne Boleyn rechtsgeldig en het huwelijk tussen haar ouders nietig verklaard. Met deze hele actie wou hij niet zozeer Maria treffen als wel Catharina zelf. Zij bleef evenwel trots en onbewogen en smeekte geenszins om het leven van haar dochter bij Hendrik. Nee, Thomas Cranmer, die hun huwelijk ongeldig had verklaard, nam het voor Maria op en kon de koning van zijn plan afbrengen.

Niet Hendrik VIII, maar de dood overwon Catharina. Op 7 januari 1536 stierf ze zoals haar moeder aan kanker. De keizerlijke gezant in Engeland, Eustache Chapuys, verspreidde meteen na haar dood het gerucht dat ze vergiftigd zou zijn. In het Welsche bier dat haar gegeven was, zou volgens hem het gif geweest zijn. Op haar sterfdag had Catharina zelf haar dokter nog een brief aan haar echtgenoot gedicteerd: „Mijn Heer en dierbare Echtgenoot, Ik groet u vriendelijk. Het uur van mijn dood komt snel naderbij en dit zo zijnde, dwingt de tedere liefde die ik voor u koester, mij u een paar woorden te herinneren aan het heil van uw ziel, die u zou moeten verkiezen boven alle wereldse zaken en boven de aandacht en zorg voor uw eigen lichaam, waardoor u mij veel misère hebt bezorgd en uzelf vele zorgen. Ik van mijn kant vergeef u alles, sterker nog, ik wens en bid God vurig dat Hij u ook zal vergeven. Verder breng ik u de groeten van Maria, onze dochter, en ik smeek u een goede vader voor haar te zijn, zoals ik in het verleden al wenste. Ik verzoek u ook dringend, ten behoeve van mijn dienstmeiden, om hun een bruidsschat te geven, hetgeen niet veel is, aangezien het er slechts drie zijn. Voor mijn andere bedienden verzoek ik een jaarloon meer dan hun toekomt, opdat zij niet onverzorgd achterblijven. Ten slotte zweer ik dat mijn ogen u boven alle dingen begeren“. (in: Margreet Fogteloo, Ik hou van jou, Utrecht, 2002, p.34-35).

Return to the original German version of this article about Catherine of Aragon